Lloret en de Indianen,Amerikanen en de scheepvaart naar Amerika




Aan het begin van eeuw XIX neemt de scheepvaart geleidelijk toe.Tussen 1812 en 1869 worden 130 schepen gebouwd (hoofdzakelijk 150 a 250 ton zware brigantijnen en een vergelijkbaar populierhouten schip,de pollancres) maar de goude eeuw voor de scheepvaart naar Amerika was tussen 1830 en 1860.Gevolg was een plotselinge toename van de bevolking 2300 personen in 1820 en 10 jaar later 2902 en tenslotte in 1840 kwam het aantal op 3024 inwoners
De schepen deden er zo´n 4 of 5 maanden over om naar Havanna en terug te varen.Gingen ze tot Montevideo was het practisch een hal jaar.Er werd voornamenlijk gevaren op het gebied rond Mar de la Plata (Argentinië),de antillen en golf van Mexico,maar sommigen gingen tot Noord Amerika ,de Chileense kust en de Filipijnen.
De handel bestond uit export van wijn, olie ,stof ,zout ,meel en slaven en import van katoen, meubelhout, huiden, suiker, tabak, koffie, rum, petroleum en "tasajo" ( gedroogd /gezouten vlees)
Veel inwoners van Lloret deden mee aan deze handel ,de vaart en het investeren van verdiende geld in de bouw van nieuwe schepen en inkopen van de handel.Het aandeel van de kapitein was niet alleen het transport maar ook het onderhandelen om de grootst mogelijke winst uit zijn vracht te halen.

Daarom zijn de namen van de kapiteinen uit de tijd in de plaatselijke geschiedenis terug te vinden zoals Agustí Conill, Agustí Domènech, Pau Domènech, Josep Esqueu, Josep Macià, Joan Bautista Mataró, Silvestre Parés, Agustí Vilà, Antoni Vilà
Deze handel doet de dorpen aan de kust opbloeien en met het vooruitzicht van deze groei en verrijking met de handel met Amerika emigreerden velen profiterend van de overtochten om daar geluk en rijkdom te vinden door het vinden van een vaste baan.
Met 13 of 14 jaar begonnen jongetjes al meetegaan om vervolgens zich op te werken en via via een werkplek te bemachtigen.Later als ze konden gingen sommige voor zichzelf beginnen of zelfs zich op te werken tot bankier,financier of scheepsbezitter

De bloeitijd voor Lloret ,vooral in Cuba was tussen 1840 en 1880 totdat in 1900 een afname begint van de zeehandel
Beroemde bewoners van Lloret waren
Narcís Gelats i Durall (bankier), Narcís Macià i Domènech (zakenman), Mossèn Narcís Domènech i Parés (kannunik), Josep Surís i Domènech, Pere Codina i Mont (acteurs) en Constantí Ribalaigua (de ontwikkelaar van de daiquiri: beroemde coctail van Cuba).
Als alles goedging en zij zich verijkde met de handel kwamen de Lloretenaars uiteindelijk weer terug in het dorp.Zij werden de Amerikanen (americanos) of Indianen(Indios) genoemd (arm naar Amerika en rijk genoeg om van de winsten te rentenieren bij terugkomst in Lloret)
Zij blufte er op los en deelde sigaren uit om vervolgens met een jong meisje uit het dorp(familie keurde het goed  om zo van de armoede en ellende af te komen) .Zij sloopten hun oude huis en bouwden enorme herenhuizen, in neoklassieke ,eclectische of het nog modernere in  modernistische stijl .Zij bouwden uitgebreide mausoleum en tombes op het kerkhof ,en sommige organiseerde liefdadigheidswerk.De grootste voorbeelden van Amerikanen of Indiers in Lloret zijn Joan Sureda i Guinart, Salvador Garriga i Garriga, Nicolau Font i Maig Hun rijkdom was zo groot dat zo men zegt, hun rijkdom werd afgemeten met het aantal kapelanen en armen die naar hun begrafenis kwamen.De weduwen mochten niet opnieuw trouwen (hoe jong ook) anders werden zij onterfd.Meestal werden ze in huis van de familie van de overlevende geplaatst om zo in de gaten te kunnen worden gehouden om eventueel een deel van de erfenis terug te kunnen winnen.
Degenen die uit Amerika terugkwamen zonder dit fortuin daarvan werd ironische gezegd "dat ze de koffer in zeestraat (l'Estret,ook engte) waren kwijtgeraakt,en kregen dan ook niet de titel van Amerikaan.

bron:web del Servei d'Arxiu Municipal Lloret de Mar

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen